REVIEWATC

De muren van Jericho


René van Es | 04 oktober 2007 | Fotografie René van Es | ATC

In de bijbel wordt de belegering van de stad Jericho verhaald waarbij de belegeraars na zeven dagen rond de stad te hebben getrokken als laatste opdracht kregen vanuit de hogere macht om allemaa tegelijk zo hard mogelijk te schreeuwen en ondertussen moesten alle hoornblazers één toon blazen. Met als gevolg dat de muren instortten en de stad Jericho kon worden ingenomen. Een eerste experiment met de ATC luidsprekers deed me denken aan instortende muren. Wat kunnen deze luidsprekers ongelofelijk hard en toch zuiver en zonder vervorming spelen. Mijn buren hebben “genoten” en met ongeloof gereageerd tijdens een korte demonstratie met Sade en Grieg op de spelers. Ik zou ATC echter veel te kort doen door alleen maar over decibellen te spreken. De kwaliteiten liggen verspreid over een veel breder en belangrijker gebied. Met een teruggeschroefde volumeregelaar speelt Grieg zijn Peer Gynt suites lustig door. De power van het systeem zorgt dat ook op een lager decibel niveau het orkest groot overeind blijft. Zelfs tot aan achtergrond level. Het kost geen enkele moeite voor te stellen waarom professionals ATC kiezen als monitor systeem. Ik zou een violist in het orkest met de vinger aan kunnen wijzen als hij een valse noot had gespeeld. De groot neergezette stage kent geen dynamiek beperking of enige stress. Het geluid is majestueus van vol orkest tot aan een subtiele tik op een triangel. Aanzwellend in kracht, wegebbend in de verte. Details dringen zich op over het gehele frequentiebereik, mogelijk gemaakt door de grip die de drie eindversterkers hebben over de zonder passief filter aangesloten units. Dezelfde grip maakt piano concerten van Chopin, uitgevoerd door Claudio Arrau tot een ware beleving. Het orkest is net als bij Grieg voluit weer te geven. Het magische moment begint als de vleugel van Arrau inzet en zijn solo partij speelt. Vele malen hebben in dezelfde luisterruimte versterkers en luidsprekers gestaan die op grootse wijze een vleugel proberen te laten herleven. Ik put daarbij uit mijn geheugen. Ik kan mij geen keer herinneren dat de vleugel zo’n hoog realistisch gehalte kreeg. In de juiste proportie neergezet. Krachtig in de lage registers. Sprankel met de hoge noten. Heel zacht en teder volgen aanslagen na zware passages. Inspirerend, overweldigend, vol schoonheid en passie. Op enige afstand, nooit opdringerig vol in het gezicht gesmeten. Het duurde nog lange tijd voort dat ik klassieke werken draaide op dit systeem voor ik naar luchtiger muziek overstapte.

Via HighFidelityDiscs kwam ik in bezit van de lp “Warm strangers” van Vienna Teng. De stem van de frêle dame is te klein voor de piano waar ze op speelt. Ze staat strak in het midden van het stereobeeld. Ik kan mij vrij door de luisterruimte begeven zonder te veel het gevoel te hebben dat alle geluid naar één luidspreker is getrokken. De ATC’s hebben door de unieke midden dome een brede afstraling. De muziek van Teng is niet los te zien van haar teksten, die gelukkig steeds verstaanbaar blijven. Ongeachte de stand van de volume regelaar. Harder is slechts meer geluiddruk, zachter verschrompeld het beeld niet, alleen het decibel niveau wordt lager. Ik vraag mij af of dat geheel te danken is aan de ATC units of mede aan de actieve versterking. Ik heb maar steeds het idee dat ik Vienna aan kan raken. Haar voor mij zie. Dat gebeurt gelukkig vaker, maar niet met deze intensiteit. Geen moment heb ik een randje waar kunnen nemen, niet in vervorming, niet in scherpte. De weergave van de lager tonen gaat veel dieper dan de specificaties doen vermoeden. Een subwoofer nodig naast de SCM50SL AT? Laat me niet lachen! Strak tot aan het gaatje. Maar het kan wel als u dat persé wilt. Er bestaat een SCM0.1/15 met een 37 cm woofer en 1 kW versterker. De presentatie van de cd van “Lush life” van Jacintha is volkomen anders dan de presentatie op bijvoorbeeld een Quad 2905 electrostaat. Die laatste heeft meer de neiging tot luchtig en doorzichtig, de ATC brengt dezelfde muziek met veel meer kracht. Toch kan ik niet zeggen dat transparantie of snelheid is verdwenen, in tegendeel, dat aspect blijft al voelt het anders aan. Je zou kunnen zeggen dat de ATC meer overtuiging heeft, zeker meer impact. Met deze cd in de lade verliezen veel luidsprekers de controle in het laag. ATC niet, die blijft maar strak en diep gaan. Ik zoek naar woorden om te omschrijven wat ik beleef: De Quad 2905 zet meer de tederheid van de vrouw Jacintha neer in de ruimte, de ATC zoekt haar mannelijke en krachtige kant. Een paar jaar ouder, met een rimpel, vlekjes op de huid en meer levenservaring. Waar u voor kiest is volkomen persoonlijk. Dan een moment van verrukking. Een paar jaar geleden beluisterde ik Klipschorn’s in een grote ruimte, spelend op een krachtige versterker. De opname die toen weergalmde was het “Köln Concert” van Keith Jarrett. Dat moment is mij lang bij gebleven en maakte de liefde voor een hoornluidspreker vele malen groter. Ik draai nu de lp versie via de SCM50SL AT en krijg dat intense en euforie gevoel van toen ineens terug. Via een conus systeem dat van geen kanten overeenkomsten heeft met een hoorn. Met als bonuspunt dat het laag een stuk robuuster dan destijds. Gecontroleerder. Dat maakt het stampen van Keith op de vloer tot strak omlijnde dreunen. Het is voor het eerst dat ik Jarrett mooier vind klinken dan op de hoorn. De lp is sinds 30 jaar één van mijn referentie stukken daarom ik ken elke noot uit mijn hoofd. Een bezoeker gaf tijdens het draaien van dezelfde lp het commentaar: “Dit lijken mijn Tannoy Dual Concentric hoorns wel!”. Ik weet zeker dat de vleugel nog meer in de buurt komt van de live presentatie dan destijds op de Klipsch.

Hoever moet ik zoeken tussen cd`s en lp’s tot ik iets vind waar ik niet van geniet. Ulla Meinecke is een voorbeeld van dynamiek, van beheersing. Het hammond orgel spuit uit de kasten. Extreem veel detail. Spongen in volume waar passieve luidsprekers slechts van dromen. Ik heb pas nog gedacht dat ik mijn bronnen zou kunnen opwaarderen. Een beter element bijvoorbeeld. Die gedachte neem ik terug. Het zijn niet de bronnen die restricties leggen, het is de keten erachter. Dat is mij nu overduidelijk. Als ik wissel van set, wat kan met een paar knoppen omdat mijn set dwars op de ATC set staat, zuigt de openheid van de ATC set als door een trechter naar de Ayon/Focal’s en presteren die “neuzig en gedrongen”. Een groot deel van het gemak en de openheid verschrompelt. Dynamiek krimpt. Het blijft mooi, maar totaal anders en veel meer hifi. Terwijl ik voor werkelijkheidsweergave beter kan omdraaien naar ATC. Neem de kinderstemmen op “Sing” van de Carpenters. Je kunt ze aanwijzen. Op leeftijd schatten. De hele lp toont een geweldige timing en harmonie tussen stem(men) en instrumenten. Stacey Kent, mooie muziek, lieftallig, tastbaar, kippenvel. Nog even de vergelijking tussen Ayon/Focal en ATC/ATC met Sara K. die “Waterfall” mag zingen en spelen. De ATC set is voller. Vollediger, met een veel betere controle over het laag, meer definitie in de bas, transparanter en vooral “echter”. Het laag is trouwens een openbaring, waar ik altijd dacht dat er een “boem” in de plaat zat, zit er een voor het eerst duidelijk hoorbare “rollende ronk” in de bas. Ik ben overtuigd, dit ATC systeem is geweldig goed. Te goed voor mijn gemoedsrust en te goed om vannacht een oog dicht te doen. Want waar haal ik 14 mille vandaan?

EDITORS' CHOICE