ARTIKEL

Vintage of high-tech?


Frank Speet | 08 april 2003

Na wat omslachtige driehoekstransacties met versterkers kwam ik opnieuw in bezit van een buizenvoorversterker die ik alweer enkele jaren geleden gebouwd had. Na een korte luistersessie besloot ik dat het tijd werd om het ding eens grondig onderhanden te nemen. In de praktijk kwam het er op neer dat ik het complete ding sloopte om alleen een kast, met daarin wat connectors, schakelaars, een volumepotmeter en een voedingstrafo over te houden. Je doet iets goed of je doet het niet.

De volgende vraag is dan natuurlijk: “wat nu?”

Het was wel duidelijk dat er een nieuwe voorversterker moest komen en dat die ook weer geheel met buizen zou moeten worden opgebouwd, maar qua technische opzet kun je dan heel wat kanten op. Ik wilde graag een zeer goed klinkende versterker bouwen, maar dat is natuurlijk een subjectief gegeven. De vraag is hoe je dat vertaalt naar een technisch ontwerp. Los van dat er erg veel literatuur over buizenversterkers bestaat is het vooral interessant om te zien hoe enorm de tijdspanne is waarover die publicaties zich uitstrekken. Er bestaan schema’s uit de vroege jaren ’20, maar ook van vorig jaar. Er is in dat opzicht dus een duidelijk onderscheid tussen wat ik als ‘vintage’ schematuur wil betitelen en de allengs moderner wordende inzichten, die gaandeweg het predikaat ‘hightech’ verdienen.

Ik wil hier toch een kort vergelijk maken met een frappant verschil in opvattingen wat ik bij een groot aantal muzikanten heb waargenomen. Enerzijds zijn er de toetsenisten, bespelers van synthesizers en ander digitaal fraais. Voor hen is slechts het nieuwste goed genoeg; de inkt van de gebruiksaanwijzing is bij wijze van spreken nog niet droog of het apparaat wordt onder de handen van de ontwerper vandaan gerukt en het, nauwelijks een jaar oude, vorige apparaat staat troosteloos verouderd en ingeruild in een stoffige hoek van de muziekhandel.

MiniMoogHoe anders gaat dat bij gitaristen! Hoe ouder hoe mooier lijkt wel het parool en dit mag ook getoond worden. Stokoude luidsprekerkasten, waar de vellen van de skai bekleding als de huid van een vervellende slang om het deerlijk verweerde hout hangen zijn een waar statussymbool. Uiteraard zijn buizenversterkers het hoogst haalbare, maar slechts die exemplaren die nog bij Jimi Hendrikxs op het podium gestaan, en liefst in brand gestaan hebben, produceren het ware geluid.

Uiteraard overdrijf ik, en bij toetsenisten is ook een tendens naar ‘vintage’ apparatuur zichtbaar; de oude MiniMoog wordt weer van zolder gehaald en er zijn wel degelijk gitaristen die een nieuwe versterker kopen, ja zelfs die een transistorversterker hebben die digitaal bestuurd wordt…

In de hifi liggen de nuances iets anders, maar ook hier zij er genoeg liefhebbers die, tegen elke redelijkheid in, volharden in de veronderstelling dat ‘ouder’ zonder meer gelijk is aan ‘beter’. Het omgekeerde komt op een vergelijkbare schaal voor, dus het is logisch dat men daar licht van in verwarring geraakt. Mijn keus voor buizen is op zich al een duidelijk statement voor ‘vintage’, maar binnen dat genre wil ik een combinatie van technieken toepassen om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen.

Mullard ECC82 buisBijvoorbeeld het toepassen van een buisgelijkrichter voor de hoogspanning is een duidelijke vintagetechniek en een duidelijk technisch argument om dit te doen is er niet; het klinkt alleen beter. Hoe beter? Wel, meer diepte, meer impact, meer dan een buizenversterker.

Aan de andere kant wil ik wel dat mijn versterker voldoende stroom kan leveren om de capaciteit van de kabel naar de eindversterker te overwinnen. Een SRPP lijntrap is dus een voor de hand liggende keus, maar dan wel met mooie Mullard ECC82 buisjes. Koppelcondensatoren is ook zo’n hoofdstuk vol discussies en ook hier wil ik een tussenweg bewandelen door het toepassen van enerzijds moderne Siemens MKT condensatoren, maar door die anderzijds te paralellen met oude Ero folie condensatoren. Weerstanden van  Holco of Beyschlag, alles ge-hardwired op glasvezelprint completeren een veelbelovend project.

Van de detailuitwerking zal ik U in komende artikelen op de hoogte houden...

EDITORS' CHOICE