ARTIKEL


Dr. Longbeard & Marja | 25 september 2001

In New York aangekomen merk je enkel dat afhalers niet meer bij de slurf kunnen komen maar pas bij de bagageband. Snel naar de stad. Queens lijkt onaangedaan en het is als altijd druk op de Boulevard. Op het moment dat Manhattan zichtbaar wordt hangt er een bruinige waas boven. Links, waar de torens stonden is nu niets, niet eens een rookpluim van hieraf te zien. Statig beheerst het Empire State Building nu als een baken samen met het Chrysler gebouw de stad.

Op het eiland aangekomen blijkt dat de airco niet in staat is de stank buiten de auto te houden. Een combinatie van verbrande pertinax en -ja hoe cru het ook klinkt- een lijkenlucht. Deze geur blijft heel lang bij ons. Zelfs nu hier in Rotterdam zit het nog steeds in onze neuzen.

Bij het hotel aangekomen gelijk al een verandering. Voor de deur staat een tafel met daarachter -zoals later blijkt- een gewapende beveiligingsman in een `plain suit`. We mogen door nadat gecontroleerd is of we een reservering hebben. Binnen heerst een serene rust. De oorzaak is dat het hotel zo goed als leeg is. De geplande VN vergadering gaat niet door dus zijn alle daarvoor benodigde hotelkamerreserveringen geannuleerd. Ook het personeel is de dupe van de aanslagen. Geen gasten dus staat het personeel op straat: "Als het weer drukker wordt bellen we wel".

Ook in de kamer hangt `die` lucht. Gelukkig hebben we uitzicht op het Chrysler en niet op de andere kant. Als we na enige tijd naar buiten gaan, met het paspoort op zak, is de stad die anders nooit slaapt, zo goed als uitgestorven. Zeven uur in Midtown New York en de straten zijn bijna leeg. In het restaurant zijn we bijna de enigen. Ook hier weinig personeel alleen de meest oudgedienden en die met kinderen. We komen vaak in dit restaurant en krijgen dus gelijk van iedereen hun verhaal te horen. Niet leuk in de meeste gevallen. En je kan er geen pest aan doen behalve aanhoren. Aan de bar staat een brandweerman in uniform. Als hij een oud-commandant van hem aan een tafeltje verderop ziet zitten gaat hij er op af. Dan zien we zijn handen, onder schrammen en korsten, het oververmoeide gezicht en die ogen. Wat hebben die gezien? Wil je niet weten. Zijn uniform is schoon en toont de badge van de FDNY met daarop de `oude skyline`. Links de Twin Towers, dan het Empire en het Chrysler.

En het meest indrukwekkende beeld is combinatie van de gepolijste houten vloer waarop de man staat met zijn zware brandweerlaarzen onder zijn broek helemaal bedekt met de `soot`, het cement kleurige stof dat een rest is van de momumentale torens.
Daar kun je geen foto van maken, tenminste ik niet. Het beeld blijft met de geur in het geheugen gegrift.

De volgende dag toch naar Ground Zero en foto`s maken? Of zullen we vanaf het Empire gaan werken met de lange lenzen. In het hotel horen we de eerste verhalen van mensen die al naar de plek zijn geweest. Geschokt vertellen ze van de hordes fotograferende toeristen. Ze lopen hulpverleners in de weg. Er zijn mensen nodig om ze achter de hekken en linten te houden. Deze mensen willen liever zoeken in de puinhopen naar een teken van leven. Willen wij ons gaan gedragen als ramptoeristen? Kunnen we dat?

De chaos op Ground Zero is zo groot dat het vastleggen op beeld niet lukt. Tv beelden en foto`s kunnen niet weergeven wat zich op de plek des onheils afspeelt. De geur is verstikkend en onwerkelijk. De hulpverleners werken op pure wilskracht en zijn misschien tegen beter in hoopvol nog iemand levend onder het puin te vinden.

In de straten van heen Manhattan heerst een aparte sfeer. Heel on-New Yorks aan de buitenkant. Lijken New Yorkers altijd druk bezig met carriere maken en lopen ze op straat bijna door je heen. Als je nu iemand tegenkomt maken ze een praatje. Ze lopen langzamer, op 60% zeg maar. Het verkeer -gele taxis en zwarte limos- lijkt ook langzamer te gaan. New York heeft zijn `fence down`.

Omdat het ook de Joodse feestdagen zijn hebben al veel winkels hun deuren gesloten. Het is daardoor nog stiller overal.

Dag na dag neemt de stad weer iets van zijn oude vorm aan. Bedrijven gaan weer open, in navolging van de beurs. In diverse hotels worden de lege kamers omgebouwd tot kantoorruimte om de enorme vraag naar vierkante meters te bevredigen en gelijk wat inkomen te vergaren.

Restaurants krijgen weer lunch bezoekers en zowaar blijven er `s avonds na werktijd mensen nog wat borrelen en eten in plaats van direct naar huis te gaan. De straten zijn na zevenen weer gevuld met druk telefonerende forensen. Op de dag dat we weer naar huis gaan zijn in het restaurant weer de meeste bekende gezichten terug.

De foto`s van vermisten die overal door de stad hangen beginnen hier en daar los te laten. Het lijkt erop dat New York de klap te boven komt. Zondag is er het einde van de rouwperiode en begint de opbouw. Ook voor ons.

EDITORS' CHOICE