ARTIKEL

Kippenvel

Muziek luisteren is bijna een ritueel voor Van Es. Zeker twee keer per week gaat hij er speciaal voor zitten. Midden op de bank, precies tussen de speakers van zijn indrukwekkende set.

Bij voorkeur alleen, voor de rust, en om irritatie te voorkomen. Dan kan hij gewoon draaien wat hij wil. Zijn vrouw is namelijk meer van de zangers en London Chorale, mannen als Borsato (of ‘dergelijke krijsende heren’, zegt Van Es), al delen ze samen hun liefde voor Kaas. 

Een avondje luisteren begint meestal rustig, bijvoorbeeld met Rachelle Ferrell, en eindigt niet zelden hard en feestelijk met bigbandjazz of Dire Straits. Of zelfs met Frans Bauer. “Als ik een hele avond serieus heb zitten luisteren naar bijvoorbeeld Patricia Barber, technisch heel goed, mooi opgenomen en tamelijk emotioneel, dan is het heerlijk om me daarna even uit te leven, te beesten. Even geen diepe emoties of moeilijkdoenerij, maar lekker door de kamer stuiteren op Heb je even voor mij? of een moppie luchtgitaar spelen op Money for nothing.”

Dan giert het flink uit de bocht in Huize van Es, maar dat kan niet al te vaak, er is ook nog zoiets als buren. Een koptelefoon is voor Van Es geen alternatief: “Ik haat die dingen. Word er claustrofobisch van en paranoia. Zit ik constant in de rondte te kijken. Denk ik dat er iemand aan de deur staat of achter me in de huiskamer. Heel naar.”
Muziek is voor Van Es louter iets voor de vrije tijd. Werken met muziek op de achtergrond kan hij niet: “Ik kan me dan slecht concentreren.” Maar er is één uitzondering. “Als Bach speelt kan ik prima tikken. Maar daar willen ze op kantoor helaas niet aan.”   


Kippenvel

René van Es is niet alleen een muziekliefhebber, ook een apparatuurfreak en audiofiel. Hij investeert al jaren flink in zijn installatie. Tot ‘verdriet’ van zijn zoon (inmiddels 27) en dochter (22), lacht hij. “Ze hebben veel ellende meegemaakt met al die apparatuur die hier in huis werd gesleept. Had ik weer iets nieuws gekocht, konden er geen vriendjes komen, want dan werden ze geacht de hele avond stil te zijn omdat vader moest luisteren.”  

Naast nieuwe apparatuur verzamelt Van Es ook oude ‘gadgets’, die hij nauwelijks gebruikt.  “Maakt me niet uit van wel merk of type, als het maar kenmerkend is voor een bepaalde periode.” Neem de Marantz-audiotimer (waarde 5 euro, emotionele waarde: onbetaalbaar).
“We gebruiken hem alleen als we op vakantie gaan”, lacht Van Es, “dan gaat het lampje aan en uit. Maar ik ben er helemaal blij mee. Heerlijk om naar te kijken.” Hetzelfde geldt voor de Sony DA Converter (1985) en het Nakamichi-cassettedeck uit 1978. “Ik doe er niets mee, maar ben gewoon trots als ik er naar kijk.”  
Ook verzamelde Van Es een tijdje audiofiele platen uit Japan (Three Blind Mice Records) en direct gesneden elpees van Sheffield en Crystal Clear Records. “Bestelde ik in Amerika, enorme dynamiek, ongelooflijk zuivere opnames.”  Maar, zo benadrukt hij, “kippenvel krijg ik van de muziek, niet van de techniek.” Ongeacht of die muziek piept, kraakt of loepzuiver klinkt. “Patricia Kaas hoorde ik eens uit een plafondspeakertje in een Franse supermarkt. Alle haren op mijn armen stonden in no time overeind. Bij Sheffield platen heb ik dat gegarandeerd niet.”

Als René van Es zou moeten kiezen tussen een schitterende hifiset of een stel prachtige platen, valt de keuze toch op het laatste, zegt hij. “Een mooi geluid is als een rit in een rollercoaster. Het is een kortstondige sensatie, even genieten. Mooie muziek is écht een verrijking van je leven.”
    
Maar Van Es is audiofiel genoeg om zich elke maand aan te sluiten bij een clubje collega-fanaten. Samen luisteren ze naar de kwaliteit van (nieuwe) apparatuur. Maar het mooiste moment van de avond is traditiegetrouw het luisteren naar muziek. “Dan worden de oude platen uit de kast getrokken. Ouwe blues, Rolling Stones. Dan komen er allerlei herinneringen opborrelen die met die muziek van doen hebben. Dan zitten we met z’n allen te wippen op onze stoelen en voel ik me weer dat jochie van achttien. Héérlijk. Helemaal blij rij ik dan weer naar huis.”

EDITORS' CHOICE