ARTIKEL

Digitaal versus analoog

DVB-C neemt binnen het digitale televisiepakket een bijzondere positie in aangezien hierbij sprake is van transport via een, vaak, glasvezel netwerk waarbij het signaal afgeschermd wordt getransporteerd. Door het afgeschermde transport is een storingsvrije overdracht veel gemakkelijker te realiseren dan bij DVB-S en DVB-T. Deze twee varianten zijn namelijk onderhevig aan meteorologische storing en daarnaast dienen zender en ontvanger nog eens goed op elkaar afgestemd of gericht te zijn voor een optimale signaaloverdracht. Ondanks de lagere bitrate van DVB-C, ongeveer 4,5 Mb/s tot 9 Mb/s, kunnen de resultaten vergelijkbaar zijn met beeldsignalen van DVB-S.


Digitaal versus analoog

Digitale televisie wordt door de aanbieder vrijwel altijd boven het analoge televisiesignaal verheven dankzij een sterk verbeterde beeld en geluidskwaliteit welke vergelijkbaar zou zijn met DVD en CD. Geheel terecht is deze verheerlijking echter niet, sterker nog: Een storingsvrij analoog televisiesignaal doet niet onder voor een digitaal televisiesignaal, de detaillering in het beeld kan zelfs vaak nog beter zijn!



De winsten welke behaald worden met DVB zijn dan ook niet zozeer toe te wijzen aan het gegeven dat digitaal beter zou zijn dan het analoge equivalent. Het analoge televisiesignaal is echter storingsgevoeliger dan het digitale televisiesignaal waarbij storing, in de vorm van ruis, en reflecties, in de vorm van dubbel beeld, bij transport over dezelfde afstand veel minder van invloed is op de uiteindelijke beeldkwaliteit zoals dat bij een analoog signaal wel het geval is. Daarnaast zijn goede analoge ontvangers vaak duurder, en wordt er op dit vlak vanwege kostprijsreductie vaak beknibbeld bij de fabricage van een televisietoestel.

Meer nog dan bij de conventionele CRT beeldbuis profiteren de platte schermen met hun van de PAL standaard afwijkende paneelresolutie van een storingsvrij beeldsignaal. Door de afwijkende paneelresolutie (platte schermen hebben zelden een paneelresolutie welke gelijk staat aan de PAL resolutie en dienen dus per definitie het binnenkomende televisiesignaal te schalen naar een paneel eigen resolutie) zal het in het beeld zichtbare ruis bij een PAL signaal door de interne videoprocessor worden mee geschaald naar de paneel-eigen resolutie. Met andere woorden, storing in het beeld wordt door de interne videoprocessor omgerekend en toegevoegd aan het beeldsignaal als ware het beeld-informatie.

De de-interlacing en upscale kwaliteiten van veel platte schermen zijn echter maar magertjes vergeleken met degelijke, externe videoprocessoren waardoor dergelijke storing in het beeld vaak leidt tot beeldfouten die vervolgens nog eens sterk uitvergroot worden door de vaak grotere beeldformaten van dergelijke platte televisietoestellen. Het is mede hierdoor dat een digitaal televisiesignaal sterk de voorkeur geniet boven een analoog televisiesignaal wanneer men televisie kijkt op een modern plat scherm.


De keuze is gemaakt, en nu?

Wil men van digitale televisie gaan genieten, hetzij via de satelliet of bijvoorbeeld de kabelaansluiting, dan heeft men in ieder geval per televisietoestel een tuner of decoder nodig. Dit is dan ook direct een groot nadeel ten opzichte van het analoge signaal waarbij vrije distributie door het huis mogelijk was. Een dergelijke decoder is vooralsnog nodig om het digitale signaal geschikt te maken voor gebruik met het aangesloten televisietoestel. Steeds meer platte schermen zijn dan wel uitgerust met een DVB tuner, helaas wil dit nog niet direct zeggen dat de tuner dan ook de digitale signalen kan decoderen.

Een zogeheten Conditional Access Module is nodig als interface tussen het aangeboden, digitaal signaal en de televisie. Aanbieders van digitale televisie voorzien hun digitaal televisiesignaal van een encryptie of beveiliging waardoor het signaal zonder juiste decodering onbruikbaar is. Elke aanbieder staat vrij in welke encryptie er gebruikt wordt, waarmee compatibiliteitsproblemen dus gemakkelijk kunnen ontstaan wanneer men geen officieel ondersteunde CA-module gebruikt. De meeste digitale kabeltelevisie aanbieders ondersteunen momenteel nog geen CA-module welke rechtstreeks in het platte scherm gestoken kan worden, een externe decoder blijft dus vooralsnog vereist. In de toekomst zal dit mogelijkerwijs snel gaan veranderen gezien de toenemende vraag naar dergelijke modules.

EDITORS' CHOICE