REVIEWMcIntosh

Setup

Kort beschreven werkt de D100 tussen een NAD M50/M52 digitale muziekspeler en een Audia Flight Strumento No.1 voorversterker en een Audia Flight 50 eindversterker. Met als luidsprekers een set PMC fact.8 vloerstaanders, afgewisseld met Harbeth P3ESR monitors op zware stands. De D100 is aangesloten op het lichtnet met een Supra netsnoer, een Stereovox digitale kabel en VdH gebalanceerde interlinks. Mijn eigen referentie DAC is een Esoteric D-07, met een Crystal Cable netsnoer, een Apogee gebalanceerde digitale kabel en Yter gebalanceerde interconnects. Beide DAC's staan aangesloten op Kemp netfilters.

Op de M50/M52 staan bestanden in FLAC, WAV en ALAC formaat met sample rates van 16/44.1 tot 24/192 bit/kHz. Aan het eind van de rit sluit ik de D100 direct aan op mijn eindversterker met Yter kabels en vervang het Supra netsnoer door een Crystal Cable. De kortste en mogelijk beste oplossing, maar dat zal later wel blijken. Voor de USB-optie maakte ik gebruik van een RipButler muziekserver, draaiend onder Vortexbox software, en een AudioQuest Cinnamon USB-kabel. Linux herkende de D100 direct, zonder extra driver.

Op het gehoor

Om met de deur in huis te vallen: vanaf het eerste moment dat de D100 speelde tot aan de laatste noot, aangesloten als DAC met vast uitgangsniveau, waren wij dikke vrienden. Vanwege de simpele reden dat de D100 nagenoeg exact hetzelfde presteert als mijn Esoteric en nagenoeg hetzelfde klinkt op de PMC fact.8. De Harbeth P3ESR luidsprekers leggen iets meer het accent op de verschillen in het middengebied, nog steeds niet noemenswaardig. De minimale verschillen zijn te verwaarlozen en in een "blind test" niet te herkennen, ongeacht het formaat, de bitdiepte of de samplerate van de muziekfile. Buitengewoon opvallend omdat beide DAC's werken met andere interlinks, andere netsnoeren en andere digitale kabels. Digitaal met XLR de Esoteric in en met RCA naar de D100. Bovendien is de interne opbouw totaal verschillend en zijn ook de converters niet gelijk. ESS in de D100 en AKM in de Esoteric.

Mijn Esoteric staat zo ingesteld dat elk digitaal signaal eerst wordt omgezet naar DSD formaat en pas daarna wordt geconverteerd naar analoog door de AKM chips. Het is mij een compleet raadsel hoe beiden zo gelijk kunnen klinken en daardoor is het vermoeden ontstaan dat de D100 ook het signaal omzet van PCM naar DSD, maar bewijzen kan ik het niet en misschien zit ik er wel totaal naast. Sceptici zullen nu vast en zeker hun gelijk willen halen en zullen vaststellen dat digitaal dus altijd hetzelfde klinkt, maar dat is verre van waar. Er hebben hier heel veel D/A converters in huis gestaan en die speelden allemaal verschillend, zonder daar nu een waarde-oordeel aan te geven, welke mooier of minder mooi waren. Ze waren "anders".

Als ik de muziekbeleving ga beschrijven gaat het over de McIntosh D100 en niet over de (niet meer leverbare) D-07, die trouwens in het 19% BTW tijdperk al een stuk duurder was dan de D100. De door mij geliefde Stacey Kent heeft net een nieuwe CD uitgebracht met de titel "The ChangingLights" waarop een mix staat van easy listening evergreens, lichte jazz en Zuid-Amerikaanse klanken. Cultureel gezien misschien niet elitair genoeg, maar oh zo lekker om te draaien. Ze heeft een heerlijke stem, verzameltaltijd goede muzikanten om zich heen en de opnames zijn heel erg goed. Ongekunsteld en zuiver, met veel oog voor details, stereobeeld en klankbalans. Precies de eigenschappen die de D100 in optima forma staat te vertalen van digitaal naar analoog. Dit is helemaal mijn geluid met die kleine hoorbare nuances, de natuurlijke accenten en de zuivere klank. De D100 klinkt verre van technisch of digitaal, is zó ver daarvan verwijderd dat wie gewend is aan "technische" DAC's hier zijn ei niet kwijt kan. Maar wie liefhebber is van muziek en een meer analoog geluid op prijs weet te stellen, zal zeer gelukkig zijn.

Het vloeit uit de speakers, vormt zich voor de luisteraar in de ruimte en komt helemaal los van de set. Tegelijk is de weergave van geen kant saai of niet-inspirerend te noemen, integendeel, het leeft, swingt, vraagt de aandacht en maakt muziek en/ofzang boeiend. Niet voor een moment, eerder voor uren. Renée Fleming pakte mij vanmorgen al in met "GuiltyPleasures" en later deed de klassieke CD "IlProgettoVivaldi 3" van Sol Gabetta dat nog eens dunnetjes over. Het is zó heerlijk om naar de D100 te luisteren. Voor mij is het ook zo herkenbaar en is het "thuiskomen". Het bewijst eens te meer dat een bedrijf als McIntosh nog springlevend is en ondanks verschillende eigenaren in de afgelopen decennia nog zijn eigen koers vaart. En gelukkig mŕg varen, want dat gevoel van "hebben" dat ik in 1975 had, komt gewoon weer terug. Eens….. koop ik McIntosh.

EDITORS' CHOICE