REVIEW

Me and You and Everyone We Know


Jan Luijsterburg | 17 augustus 2006

Het speelfilmdebuut van de Amerikaanse performanceartieste Miranda July is een reeks ontmoetingen tussen eenzame mensen. Geen zielenpoten, ze staan juist aandoenlijk enthousiast in het leven. Uiteindelijk geven de contacten echter slechts misverstanden, elkaar ècht bereiken, dat lukt nooit. Nu verwachten de mensen ook wel veel. In de openingszinnen wordt het al gezegd: het streven is iedere dag leven alsof het de laatste is.

Het zijn types die we veel tegenkomen in de onafhankelijke Amerikaanse cinema: extreem welbespraakt, vrijwel iedere uitgesproken zin is een briljante oneliner, humoristisch en met een maximum aan betekenis over het hedendaagse leven in het algemeen. Tegelijk zijn het onhandige, nerdy stumpers, niet gespeend van autistische trekken. Hoewel sommige mensen echt zo zijn (in de Amerika culturele upperclass heb je er waarschijnlijk relatief veel van), is de herkenbaarheid van de getoonde situaties voor andere, minder in spraakwater gedrenkte  stervelingen wat minder. De liefdevolle humor en de briljante plotwendingen maken deze film echter voor een breed publiek zeer genietbaar. Een beetje zoals het werk van Woody Allen, al heeft Me and You and Everyone We Know meer gemeen met dat van Paul Thomas Anderson (Magnolia, Punch Drunk Love) en vooral Todd Solondz (Happiness, Storytelling, Palindromes).

July speelt zelf een videokunstenares die aan de kost komt als taxichauffeur voor ouderen. Deze Christine ontmoet Richard, een net gescheiden schoenenverkoper met twee zonen. Er is duidelijk sprake van een vonk tussen de twee, maar echt ontvlammen, dat komt er niet van. Er is altijd wel iets dat het contact in de weg staat, mensen blijven eilanden. Dat is ook zo bij Richards zonen, bij de conservatrice aan wie Christine haar werk probeert te verkopen en bij de tienermeisjes die een seksueel verstoppertje spelen met een geïnteresseerde buurman. Seks is sowieso een bron van misverstanden. Hilarisch is de chatpraktijk van de zesjarige jongste zoon van Richard. Zijn gesprekspartner, die geen weet heeft van zijn leeftijd, valt als een blok voor zijn kinderlijke seksfantasie, die hij fraai weergeeft als het zelfverzonnen emoticon ))<>((. Achterwerken tegen elkaar en dan een drol heen en weer poepen (‘back and forth’, dicteert hij zijn meer typevaardige broer op ernstige toon). En dat Forever. Overbodig te zeggen dat de afspraak in het park die volgt geen succes wordt.

De film zit vol met dit soort kleine anekdotes, die je het liefst allemaal verder vertelt. Net als in de films van Solondz kan er veel gelachen worden om de eigenlijk trieste verwikkelingen, waarbij July het wel aanzienlijk luchtiger houdt – bij Solondz voel ik me altijd schuldig als ik lach, het wordt al snel uitlachen. Bij July blijft alles roze, ook letterlijk. Iedere scène heeft een eigen sfeer, over ieder beeld is nagedacht. Een vrij diepe is die waarin een juist gekochte goudvis in een plastic zakje vergeten achterblijft op het dak van een auto. Christine ziet het gebeuren, hoopt dat de auto altijd (opnieuw ‘forever’) op een constante snelheid blijft rijden (de enige redding, maar een levensvisie die haaks staat op het ook gepredikte ‘pluk de dag’). Ze bidt tot de vis dat er in ieder geval iemand van hem gehouden heeft in zijn korte leven. Met zo’n fantasie valt er veel te genieten.

Ondanks een bescheiden budget ziet de film er perfect verzorgd uit, ook op de DVD. Beeld en geluid zijn extreem helder, van hoge resolutie, gedetailleerd en rijk aan dynamiek. De mooie muziek van Michael Andrews is daarbij sfeerbepalend. Omdat rechtstreeks van de digitale bron gewerkt kon worden zijn de felle kleuren en manipulaties precies als bedoeld door de kunstenaar.

Over haar achtergrond komen we meer te weten via de op een aparte DVD meegeleverde extra’s. Er zijn twee items uit filmprogramma’s en twee korte films. Swan Tools, uitgevoerd tijdens Filmfestival Rotterdam, is een monoloog in combinatie met twee filmdoeken, waartussen July regelmatig zelf naar voren treedt. Hayska Rono is een kort tekstloos filmpje (bijzonder voor de veelzijdige, maar toch vooral, verwant aan Laurie Anderson woordgerichte Miranda July) waarin zichtbaar gemaakt wordt dat kinderen dynamische wezens zijn die soms veel ruimte opeisen.


Aanvullende informatie:
Verenigde Staten/Engeland, 2005
Speelduur: 88 minuten
Regie en scenario: Miranda July
Productie: Gina Kwon
Camera: Chuy Chávez
Montage: Andrew Dickler, Charles Ireland
Art direction: Aran Mann
Muziek: Michael Andrews
Met: John Hawkes, Miranda July, Miles Thompson, Brandon Ratcliff, Carlie Westerman
Beeld: 16:9 anamorf; korte films 4:3
Geluid: Dolby 2.0, 5.1 en DTS
Uitgave: Homescreen www.homescreen.nl

EDITORS' CHOICE