REVIEW

The Diving Bell and the Butterfly


Jan Luijsterburg | 14 februari 2008

A-film bracht deze Franstalige film uit onder de internationale titel, maar eigelijk heet hij Le scaphandre et le papillon. Een portret van de journalist Jean-Dominique Bauby, die na een hersenbloeding achterbleef met een lichaam als een duikerspak, een cocon waarin je opgesloten zit en geen kant uit kunt. De geest, herinnering en verbeelding, waren echter intact, en vrij als een vlinder.

The Diving Bell and the ButterflyDe film begint als Bauby bijkomt uit zijn coma. Het beeld is vaag en vervormd, het geluid troebel. We zitten in zijn hoofd, en kijken door zijn oog. Eentje maar, het andere doet het niet goed en wordt dichtgenaaid. We horen hem spreken, maar het ziekenhuispersoneel niet. Hij is namelijk helemaal verlamd, uitsluitend nog in staat tot het knipperen met zijn oog. Als dat gebeurt is het even donker.

Al snel wordt dit een communicatiemiddel: een keer knipperen is ja, twee keer nee. Een zeer betrokken medewerkster bedenkt een systeem. Ze zet de letters van het alfabet op een kaart, op volgorde van de gebruiksfrequentie in het Frans. De letters worden voorgelezen, en Bauby knippert na de letter die hij wil zeggen. Aanvankelijk zegt hij slechts dat hij dood wil, waarop zijn begeleidster oprecht van streek is.

Uiteindelijk hervindt hij een zekere humor en levenslust, en komt het tot een compleet boek, dat een bestseller werd en de basis voor deze film.

Hoewel het perspectief niet consequent volgehouden wordt krijgen we als kijker toch maar een beperkt beeld van de wereld rond de voormalig hoofdredacteur van het modeblad Elle. Zijn kinderen wil hij lang niet zien, zijn vriendin hem niet, en zijn werk wordt in een enkele korte flash back afgehandeld. Blijven over de dames die hem verzorgen, zijn ex-vrouw en vooral zijn eigen verbeelding en levenskracht. Een intens optimistisch verhaal, dat als troost diende voor velen die geconfronteerd werden met ziekte en beperking. Zoals de schilder en filmmaker Julian Schnabel, die het boek voorlas aan een vriend met MS.

The Diving Bell and the Butterfly

Schnabel financiert zijn films met zijn schilderijen. Dat geeft hem de vrijheid zelf te kunnen bepalen wat hij maakt. Toch zijn zijn films, eerder maakte hij kunstenaarsportretten Basquiat en Before Night Falls, verre van ontoegankelijk. The Diving Bell and the Butterfly spreekt zowel een breed publiek als de filmkritiek aan, door het extreme gegeven en de troostrijke boodschap, dat je van het leven, hier en nu, moet genieten, in wat voor omstandigheid dan ook.

Visueel is de film erg sterk. Het irritante gerommel met de focus in het begin is zeer functioneel, er zijn prachtige, schilderachtige shots en het acteren is sterk. Toch blijven de personages vlak, en is het verhaal erg karig voor een lange speelfilm. Het drijft volledig op de sfeer en de even hartverwarmende als simplistische boodschap. Heel Amerikaans eigenlijk, om een ultiem uitzichtloze situatie, als ware het een rampenfilm, toch te presenteren als een soort van American Dream. Als je maar wil, dan kun je heel wat. Knap dat dit desondanks niet tot een sentimentele draak geleid heeft.

Het korte, erg oppervlakkige interview met de moeizaam formulerende filmmaker dat als bonus op de DVD staat biedt weinig nieuwe inzichten. Geheel overbodig staat het ook nog eens samengvat in een ultrakorte ‘featurette’ op het schijfje.


Aanvullende informatie:
Frankrijk/Verenigde Staten, 2007
Speelduur: 107 minuten
Regie: Julian Schnabel
Productie: Kathleen Kennedy en Jon Kilik
Scenario: Ronald Harwood, naar het gelijknamige boek van Jean-Dominique Bauby
Camera: Janusz Kaminksi
Montage: Juliette Welfing
Art direction: Michel Eric, Laurent Ott
Muziek: Paul Cantelon
Met: Mathieu Amnalric, Emmanuele Seigner, Marie-Josée Croze, Max von Sydow
Beeld: 16:9 anamorf
Geluid: Dolby 5.1
Uitgave: A-film 
Website: http://www.lescaphandre-lefilm.com

EDITORS' CHOICE