ARTIKEL

Surroundformaten deel 4

Klik hier voor deel 1
Klik hier voor deel 2
Klik hier voor deel 3

Onder andere in het achtergrondartikel “Blu-Ray vs HD-DVD” geschreven door Garmt van der Zel en Bjorn Mateijsen en mijn “VAD 2006 High Definition” verslag heeft u al kunnen lezen over de ‘next big thing’ in de wereld van surround: De komst van hoge resolutie surround audiotracks door middel van de nieuwe generatie ‘codecs’ zoals Dolby TrueHD of DTS-HD.

De formaten Blu-ray en HD-DVD zullen ons niet alleen op het gebied van beeldweergave een hoge resolutie bronsignaal gaan bieden maar ook op het gebied van geluid. Een hoge resolutie meerkanaals geluidsspoor die, afhankelijk van de ‘codec’, zelfs bit-voor-bit identiek kan zijn aan de ‘master’, en daarmee voor een ongekende geluidskwaliteit in surround moet gaan zorgen. Een veel gehoorde “klacht” omtrent de huidige generatie ‘codecs’ is dat het allemaal gecomprimeerd is en daarmee geen audiofiele aspiraties kan hebben. De nieuwe generatie ‘codecs’ zal hierin verandering gaan brengen en daarmee is de laatste barričre voor wat betreft audiofiele aspiraties in surroundweergave wellicht definitief doorbroken?

Surroundformaten deel 4

Deze belofte kan echter ook als sneeuw voor de zon verdwijnen wanneer u een aantal belangrijke aspecten niet in ogenschouw neemt want de komst van nieuwe surroundformaten betekend vaak ook dat de huidige AV-apparatuur alweer verouderd is! Verouderd betekend echter gelukkig niet dat de huidige AV-apparatuur met de nieuwe generatie High Definition spelers niet meer te gebruiken zou zijn. Over het hoe, wat en waarop te letten bij de aanschaf van een HD-DVD en/of Blu-ray speler met betrekking tot de surroundweergave zal ik verderop in dit artikel een duidelijk overzicht geven van de diverse mogelijkheden.


Van Dolby Digital en DTS naar Dolby TrueHD en DTS-HD Master Audio

Het is inmiddels alweer 66 jaar geleden toen het eerste ‘multichannel’ geluidsspoor voor film het levenslicht zag, en de tijd heeft sindsdien zeker niet stil gestaan. Met de komst van de Laserdisc en ‘codecs’ zoals Dolby Digital en DTS begon Home Theater langzaam echt volwassen te worden en toen eenmaal het medium DVD het levenslicht zag leek aan de populariteit lange tijd geen einde te komen. Opslagruimte was nog beperkt en dus moest beeld alsook geluid gecomprimeerd worden. Zowel Dolby Digital als DTS zijn lossy compression ‘codecs’ en bieden ruimte aan 5 ‘full-range’ kanalen en een LFE kanaal. De ‘lossy compression’ is gebaseerd op het perceptuele codering principe en komt er feitelijk op neer dat data gereduceerd wordt door informatie van het oorspronkelijke bronsignaal te verwijderen. De compressie gebeurt lang niet zo radicaal als bijvoorbeeld bij MP3 compressie maar geschiedt geheel volgens het principe dat ons gehoor een auditief maskeringwerking heeft: Enkel de auditieve informatie dat niet gehoord zouden worden in een gegeven situatie wordt verwijderd. Echter hoe men het ook went of keert, ‘lossy compression’ blijft een compressiemethode van het weggooien van al dan niet bruikbare informatie. Met een verhoogde opslagcapaciteit, zoals Blu-ray of HD-DVD medium dat bieden, is er weinig reden meer tot het gebruik van dergelijke compressiemethodes en kunnen audiosignalen in hun hoogste kwaliteit op schijf worden gezet.

Klik hier voor een vergrote afbeelding

Wanneer we naar het opslagmedium CD kijken dan zien we dat muziek staat opgeslagen als een 16-bits PCM signaal met een bemonsteringsfrequentie van 44.1kHz en daarmee een ‘bitrate’ van pakweg 706 kbps per kanaal. De ‘bitrate’ waardes voor zowel Dolby Digital alsook DTS liggen bij een op DVD opgeslagen ‘surroundtrack’ beduidend lager. Respectievelijk maximaal 448 kbps en 1509 kbps, en dat voor alle zes tot zeven kanalen gezamenlijk! Veel DVD’s met een DTS geluidsspoor kennen overigens een halvering in de ‘bitrate’ doordat er niet van de volledige potentie van de ‘codec’ gebruik gemaakt wordt wegens beperkingen van de opslagcapaciteit. Beide surroundformaten zijn 24 bits en kennen een variabele bemonsteringsfrequenties van 32, 44.1 en 48 kHz terwijl de bemonsteringsfrequentie van een DTS geluidsspoor nog kan oplopen tot 192 kHz. Op papier lijkt het verbazingwekkend te noemen dat een Dolby Digital of DTS ‘surroundtrack’ überhaupt nog goed kan klinken, maar dit bewijst eens te meer het rendement en efficiëntie van beide compressiemethodes. Maar hoe effectief een ‘lossy compression’ methode ook kan zijn, verlies van data en daarmee een verschil ten opzichte van de oorspronkelijke signaalbron blijft een feit.

EDITORS' CHOICE