ARTIKELArcam

Arcam Essential

Er zijn nog nooit zoveel nieuwe hifi merken op de markt verschenen als de afgelopen jaren. Deels is dat goed en interessant nieuws, maar een aantal van die nieuwkomers blijkt in de praktijk geen lang leven beschoren te zijn. Met alle gevolgen voor kopers (én dealers) van dien.

Gelukkig zijn er ook nog een aantal gevestigde merken die zich al jaren, soms zelfs decennialang, staande weten te houden in de woelige wereld van de hifi. Merken die door hun innovatieve producten of door hun hoge kwaliteit voortdurend een belangrijke bijdrage leveren aan het luister- en kijkgenot van grote groepen hifi-liefhebbers. Essentiële merken, en het in 1972 in Cambridge, Engeland opgerichte merk Arcam hoort daar zeker bij.

Het merk Arcam is opgericht door John Dawson en Brian Whitnall, twee techniekstudenten aan de universiteit van Cambridge. Eén van hen, John Dawson, is nog steeds werkzaam bij het bedrijf. De volledige naam van het bedrijf luidt tot op heden "A & R Cambridge Ltd”, waarbij de letters A & R staan voor Amplification & Recording. Als merknaam op de apparatuur werd dit omwille van de eenvoud afgekort tot Arcam.


(John Dawson, foto: Jiri Büller)

De oprichters van Arcam begonnen, zoals wel vaker het geval is, hun bedrijf uit onvrede met wat er op dat moment verkrijgbaar was. De geluidsapparatuur die destijds uit Japan werd geďmporteerd klonk niet al te best, en de muzikalere Britse en Amerikaanse merken lieten qua betrouwbaarheid nogal eens te wensen over. Dat moest anders kunnen volgens Arcam, en met hun eenvoudige filosofie van technische eenvoud en integer materiaalgebruik slaagde het merk er in om in 1976 hun eerste consumentenversterker op de markt te brengen, de A60.

Mijlpalen

De A60 werd in eerste instantie in een oplage van 50 stuks gebouwd, omdat dat voldoende werd geacht. Maar daar vergiste men zich in. De eerder genoemde filosofie sloeg aan; de versterker presteerde uitstekend, klonk ongekend goed, en bleek uiterst betrouwbaar te zijn. Uiteindelijk werden wereldwijd 32.000 exemplaren verkocht, en mag de A60 zich met recht een hifi-klassieker noemen.

In 1981 verraste Arcam vriend én vijand met de introductie van drie budgetvriendelijke elementen voor platenspelers. De C77, P77 en P78 waren niet alleen betaalbaar (zelfs in 1981 was 70 Pond voor het duurste element, de P78, niet erg duur), maar ook goed en flexibel. De in Groot-Brittannië ontworpen en in Japan geassembleerde elementen hadden een uitwisselbare naald zodat upgrading slechts de prijs van een betere aftaster kostte. De P78 had een Boron cantilever. Later kwam hier nog de duurdere E77 bij, die een volledig van magnesium gemaakte behuizing had.

Ook luidsprekers stonden in de jaren 70 op het Arcam menu. De Arcam One was een kostbare tweeweg mid-size monitor die zeer fraai klonk, maar desondanks de verkoopaantallen van de A60 versterker niet wist te benaderen.

In de jaren 80 en 90 bracht Arcam een differentiatie aan in hun productlijnen, waarbij de Alpha serie de instap in losse componenten vertegenwoordigde, en de Delta serie de hogere klasse. In 1984 lanceerde Arcam onder druk van de vraag naar goedkopere superversterkers de Arcam Alpha, die volgens sommigen zelfs beter klonk dan de nog steeds geproduceerde A60.

EDITORS' CHOICE