REVIEW

Hi-Fi-hoofdtelefoons: het betere werk


Jamie Biesemans | 04 februari 2018 | Fotografie Fabrikant

In een vorig artikel ontdekten we een reeks hoofdtelefoons die hifi-kwaliteit bieden zonder je bankrekening te plunderen. Maar wat als je toch iets meer investeert?

Head-Fi

De winkelrekken zijn gevuld met hoofdtelefoons van enkele tientjes. Hierdoor krijg je al gauw de indruk dat pakweg 200-300 euro uitgeven je meteen naar de high-end qua persoonlijk luisteren brengt. In het vorige deel van ons hifi-hoofdtelefoondossier ontdekten we dat je inderdaad voor een bescheiden som een enorme verbetering qua geluidskwaliteit kunt ervaren.

Het ultieme qua hoofdtelefoons situeert zich echter toch nog wat hoger. Wie zich echt onderdompelt in deze subtak van de hifi zal een levendige wereld ontdekken, waar heel wat enthousiaste mensen vertoeven die niet per se hoofdtelefoons zien als iets voor momenten waarop je die geliefde torenhoge speakers niet mag beluisteren van de vrouw en de buren. Hoofdtelefoons zijn voor hen geen accessoire of extraatje, maar net alles waar het om draait. Het zijn liefhebbers die héél diep in ‘de hobby’ kunnen duiken.

Het helpt vast dat je met een bescheidener budget al ver kunt raken in ‘head-fi’. Als we even de 55.000-euro kostende Sennheiser Orpheus negeren – het is dan ook echt een buitenbeen - dan blijkt de absolute top qua hoofdtelefoons te bestaan uit toestellen van merken als Audeze, Abyss, Focal, HiFiman, Stax en Sonoma met prijskaartjes van 4.000 tot 6.000 euro. Dat is geen peulenschil natuurlijk, maar toch iets anders dan het bedrag dat je moet uitgeven om het allerbeste qua luidsprekers in handen te krijgen. Dan spreek je eerder over vier tot vijf nullen na een cijfer.

Een andere deel van de aantrekking die er uitgaat van high-end hoofdtelefoons is dat er een waanzinnig verschil qua klankkarakter bestaat tussen merken en modellen. De luisterervaring is bovendien veel directer, waardoor je die verschillen ook sterker beleeft. Kamerakoestiek speelt geen rol en er is doorgaans minder invloed van componenten en bekabeling, om maar twee factoren aan te halen die wél een serieuze impact hebben bij het luisteren naar speakers.

De rol van de DAC

Spelen versterking en bronmateriaal dan helemaal geen rol bij een hoofdtelefoon? Natuurlijk wel. Bij de hoofdtelefoons die we in dit deel bekijken zijn er zelfs toestellen die bijzonder veeleisend zijn qua bronmateriaal en aansturing. Op een Sennheiser HD800S of Focal Utopia wil je geen zwaar gecomprimeerde MP3 beluisteren, want het resultaat is echt niet te aanhoren. Andere high-end hoofdtelefoons zijn iets vergevingsgezinder, maar toch. Ga er vanuit dat je voor deze hoofdtelefoons op zijn minst voor lossless cd-kwaliteit wil zorgen. Of dat eigen FLAC- of ALAC-bestanden zijn of streams via Qobuz of Tidal maakt minder uit.

Een belangrijke rol is eveneens weggelegd voor de DAC. In dit artikel willen we niet alle aspecten van een DAC uit de doeken doen, maar het helemaal links laten liggen kan ook niet. Een DAC zorgt immers voor een goede omzetting van je digitale muziek naar een analoog signaal waar een versterker mee aan de slag kan gaan. Het kloppende hart van een DAC is een DAC-chip, afkomstig van een chipbakker zoals AKM, Burr-Brown (eigenlijk: Texas Instruments) of  ESS. Sommige fabrikanten verkiezen FPGA-chips die ze zelf programmeren. Chord Electronics en PS Audio zijn daar mooi voorbeelden van. Extreem high-end merken opteren zelfs voor een DAC-proces op basis van (zeer dure) geschakelde weerstanden.

Wanneer heb je een DAC nodig? In de context van hoofdtelefoons zijn er heel wat mensen die luisteren via een computer. Dan is een DAC bijna een verplichting, want bij een laptop of pc kun je de DAC-functie niet isoleren van de vaak slechte hoofdtelefoonuitgang. Maar ook bij het direct luisteren naar streaming of eigen bestanden komt er een DAC aan te pas.

Hoofdtelefoonversterker is bijna een verplichting

Een eigen DAC betekent ook een hoofdtelefoonversterker voorzien. Net zoals bij audiofielen die luisteren via speakers heb je bij hoofdtelefoonliefhebbers twee kampen: geïntegreerd versus discreet. De eerste optie is eigenlijk handiger, want je hebt meteen een DAC en versterker in één apparaat. Er zijn zo tientallen producten op de markt. Recent bekeken we nog de Chord Hugo 2 bijvoorbeeld, binnenkort komt de Mytek Brookyn DAC+ aan bod.

DAC en hoofdtelefoonversterker apart houden lijkt misschien wat overdreven, maar voor een hobbyist met veel hoofdtelefoons met uiteenlopende technische specificaties kan het steek houden. Losse hoofdtelefoonversterkers hebben meestal wat meer opties qua uitgangsimpedantie, meerdere aansluitmogelijkheden en dikwijls ook wat meer vermogen. Wij hebben op onze bureau bijvoorbeeld de SPL Phonitor 2 staan (een krachtige studioversterker met crossfeed-functies en gebalanceerde uitgangen) en de Sugden HA-4 (een zeer pure klasse A-versterker), twee toestellen met hun eigen pluspunten en die nu eenmaal gebouwd zijn om met een aparte DAC te gebruiken. Tegelijkertijd moeten we toegeven dat we toch vaak naar geïntegreerde toestellen zoals een Hugo 2 grijpen, gewoon uit gebruiksgemak - en omdat het kwaliteitsverschil eerlijk gezegd niet altijd te onderscheiden valt.

De oude stelregel dat high-end hoofdtelefoons altijd een hoge impedantie hebben klopt allang niet meer. Impedantie kun je kort door de bocht omschrijven als de elektrische weerstand van een hoofdtelefoon. Het geeft aan hoeveel vermogen nodig zal zijn om een bepaalde volume te bereiken. Hoe hoger de impedantie, hoe krachtiger de versterker moet zijn.

De waarden liggen veel verder uit elkaar dan bij speakers, waar 2 tot 8 ohm de norm is. Bij koptelefoons kan de impedantie gaan van minder dan tien tot 600 ohm. En dan spreken we nog enkel over de impedantie die gemeten wordt via een standaardtest; het kan ook nog aardig verschillen naargelang de afgespeelde frequenties. Kortom, voor goede prestaties bij een veeleisende hoofdtelefoon heb je een stabiele versterker nodig die voldoende vermogen biedt.

Het speelveld

In dit deel bekijken we vier koptelefoons die elk op hun manier sterk zijn, met een vijfde model (de Sonoma Model One) in een aparte review die maandag zal verschijnen. Ze staan natuurlijk niet in een leeg speelveld. Ondanks dat we hier spreken over een hogere prijsklasse waar de verkoopsaantallen relatief laag zijn, is er nog aardig wat concurrentie. In het nabije verleden hebben we een aantal getest. We hernemen hier snel de conclusies bij die tests, maar je kunt natuurlijk altijd de relevante review herbelezen.

Een hoofdtelefoon waar je in dit segment niet om heen kunt is de ultralichte, futuristische Sennheiser HD800 – en dan liever zijn zwarte opvolger, de HD800s. De HD800 is extreem open, een koptelefoon die we nog liefst omschrijven als een geluidsschijnwerper. Dat is zijn sterkste punt: echt alle laatste restjes detail naar boven halen en het genadeloos presenteren in een adembenemend ruime soundstage. Dat heeft te maken met de zeer goede drivers die bovendien bijzonder snel zijn, waardoor de hoofdtelefoon in staat is om de kleinste nuance weer te geven. Andere ‘tragere’ hoofdtelefoons klinken misschien gewichtiger, maar verliezen net die snelle, kleine details in de grotere, minder goed gedempte bewegingen.

Dat maakt deze Sennheiser controversieel, een lastigaard die je soms ook enorm kan belonen. De HD800 is een hoofdtelefoon die met de verkeerde versterker vrij onaangenaam kan klinken. Je hebt voldoende vermogen nodig en wat ons betreft ook een DAC met een wat warme filter die in het hoog snel daalt. De HD800s is nagenoeg dezelfde koptelefoon, maar is een klein beetje bijgewerkt om een tikje warmer te klinken en iets minder schel in het hoog. We kunnen ons niet inbeelden dat je als serieuze hoofdtelefoonliefhebber een HD800 niet in huis hebt – maar je hebt daarnaast toch ook minstens één andere koptelefoon nodig die meer gericht is op langer luisteren.

Met de 2.000-euro kostende Signature MDR-Z1R wou Sony zijn huidige meesterschap in de instap- en middenklassen uitbreiden naar het hoogste segment. Dat het de successen in de hifi-high-end uit het verre verleden opnieuw kon behalen. Daarom bouwde het dit prachtig ding, dat je aangeleverd krijgt in één van de riantste presentatiedozen dat we ooit zagen. Het is alsof Sony dacht: laten we nu een koptelefoon bouwen waar iedereen meteen dolverliefd op wordt. De MDR-Z1R is gebouwd rond gigantische drivers van 70 mm, uitgerust met een gigantische neodymiummagneet, en verpakt in behuizingen die aan de buitenkant volledig overdekt zijn met een fijne grille. Luxueus leder op de hoofdband en dikke oorkussens zorgen voor een immens luxegevoel.

Bij Sony hoopten ze dat deze Signature-hoofdtelefoon een echte hit zou zijn, maar dat bleek toch anders te lopen. Net zoals zijn goedkopere voorloper, de MDR-Z7, blijkt de gesloten MDR-Z1R een van de controversieelste koptelefoons ooit te zijn. Er zijn enorme fans, maar ook absolute haters. Als lange tijd gebruiker van deze Sony snappen we beide kampen: het is een feit dat de MDR-Z1R ver weg staat van een transparante, evenwichtige weergave en dat sommige frequenties opvallend sterk aanwezig zijn. Met de verkeerde tracks neigt het zelfs naar vervorming. Met een beetje EQ’en valt daar echter veel aan te doen, en dan luister je op een extreem comfortabele wijze uren aan een stuk. Net zoals de HD800 vinden we het ondertussen wel moeilijk om de MDR-Z1R aan te raden als enige koptelefoon voor alle noden, maar in een collectie past hij wel.

Er zijn natuurlijk nog andere waardige koptelefoons die het overwegen waard zijn. Door omstandigheden hebben we bijvoorbeeld de LCD-4 van Audeze nog niet kunnen testen, terwijl alle berichten er wel op wijzen dat dit vlaggenschip zeer de moeite waard is. De veel lager gepositioneerde LCD-2 kennen we wel door en door, en we kunnen getuigen dat de planar magnetic-drivers van Audeze terecht het Amerikaanse merk naar de top van het hoofdtelefoonsegment hebben gekatapulteerd.

Er is ook de PM-1 van Oppo, een koptelefoon die op een bepaald moment een enorme hype was maar inmiddels wat van zijn glans heeft verloren. De PM-1 heeft de pech dat er in de laatste jaren op hetzelfde prijspunt zeer straffe concurrenten zijn opgedoken, rivalen die op geluidsvlak net pakkender uit de hoek komen. Nochtans is het volgens ons nog altijd het beluisteren waard. Ten slotte is HiFiman ook een naam waar je in het hoger segment niet om heen kunt. Dit Chinees-Amerikaans merk kent net als Audeze een enorme opmars dankzij hun focus op magnetic planar-drivers (al doen ze inmiddels ook elektrostaten en dynamische drivers), wij hebben enkel de HE-400i en de HE-560. Beiden zijn sterke hoofdtelefoons. Aanvankelijk viel er wel wat op te merken op de bouwkwaliteit en afwerking van de HiFimans, maar de recente jaren brengen ze modellen uit die (op basis van korte indrukken) schijnbaar wel op hun niveau zijn afgewerkt.

EDITORS' CHOICE