REVIEWCYP

Goed

Ik ken de Dragonfly/Big Sur combinatie vrij goed omdat ik er bijna dagelijks naar luister, maar ook het karakter van de QED heb ik na vele jaren tevreden gebruik als het ware 'in de genen' zitten. En eerlijk mensen...ik verwachtte er niet veel van. Dat klinkt blasé, maar de ervaring leert dat je doorgaans geen al te hoge verwachtingen moet hebben bij apparatuur in deze prijsklasse. Alleen zit er in dat woordje 'doorgaans' een ontsnappingsclausule waar de CYP totaal onverwacht gebruik van maakte.

Al bij de eerste piano-aanslag van het geniale album The Marriage Of True Minds van Matmos hoorde ik dat de CYP veel dichter in de buurt van de Dragonfly kwam dan ik had verwacht. Het vers geopende document bleef onbeschreven, ik zette mezelf in de luisterstand (de stoel helemaal maar achteren gekanteld, en de voeten op het bureau) en liet me meevoeren in het bizarre universum van Matmos.

Er was meer dan genoeg ruimtelijkheid, het hoog was helder en schoon, het midden was voldoende kleurrijk en het laag was verrassend sonoor. Vooral aan dat laatste wil het bij budgetapparatuur nog wel eens ontbreken. Je mist dan een stukje gewicht in de weergave. Het laag is er dan wel, net als bij grote paneelluidsprekers, maar het stompt je niet zachtjes en vriendschappelijk in de maag. Niet zo met deze bescheiden USB-dac, het klonk behoorlijk volwassen. Terugschakelen naar de Dragonfly en de andere interlink is natuurlijk niet helemaal eerlijk, maar vooruit: die combinatie legde toch wel een iets betere ritmische samenhang aan het licht en had een betere 'push' in het laag.

Het geluidsbeeld was met de Dragonfly vooral dieper, maar niet veel breder en de textuur van de geluiden was beter 'zichtbaar', er was meer 'stofuitdrukking' zoals collega Kilian Bakker dat zo mooi verwoordt. Nog een keer terugschakelen naar de CYP...verdraaid, dat is eigenlijk best een leuk ding zeg… Als je niet op zoek bent naar een draagbare oplossing die ook nog eens een uitstekende hoofdtelefoonuitgang aan boord heeft zal hier voor de meeste mensen zeer goed mee te leven zijn.

Ik heb hem ongeveer een week gebruikt en in die periode heb ik mijn Dragonfly eigenlijk geen moment gemist. Omdat ik in muzikaal opzicht een echte veelvraat ben heb ik er alles van psychedelica tot ambient en van godsgruwelijk harde metal tot jazz en klassiek doorheen gejaagd, en dat werkte zonder uitzondering prima.

Beter
Het uitwisselen van de AU-D150 voor de AU-D160 was een kwestie van ompluggen en heel even opnieuw de output in de Mac aanwijzen. Deel twee kon beginnen. Net als een week geleden begon ik met Matmos. Of het door de a-synchrone USB ingang komt weet ik niet, maar ik hoorde meteen een iets verfijnder geluid. Het was net of alles wat soepeler liep en het geheel kwam nog dichter in de buurt van mijn referentie. De speelse ruimtelijke effecten in de muziek kwamen verder de kamer in en er was wat meer ruimte tussen de instrumenten. Als definiërend luistervoer diende deze keer het onlangs door mij herontdekte cover-album The Church With One Bell van John Martyn.

Dat is een erg goed opgenomen maar muzikaal nogal wisselvallig album, waar desondanks een aantal verbijsterend mooie uitvoeringen van bekende nummers op staan. Vooral de heerlijk lethargische uitvoering van The Sky Is Crying (vooral bekend van Stevie Ray Vaughan) met zijn enorme ruimtelijkheid en putdiepe laag is een heerlijk luistertaartje. De AU-D160 wist me kippenvel te bezorgen, altijd een goed teken. Het was echter niet allemaal rozengeur en maneschijn. De hoofdtelefoonuitgang viel naar verhouding een beetje tegen. Mijn AKG K701 was duidelijk een maatje te groot en klonk een beetje amechtig, maar met een oudere Sennheiser HD560 Ovation II was de kwaliteit vergelijkbaar met de uitgang op een cd-speler. Bruikbaar (en zeker handig als je niet over een hoofdtelefoonuitgang beschikt), maar niet meer dan dat.

EDITORS' CHOICE