REVIEWA Capella

Apogee Mini-DAC


Guido de Kanter | 02 november 2004 | A Capella

De Apogee Mini-DAC zal voor trouwe lezers van deze site geen onbekende zijn. René van Es’ kleine lieveling (zíjn bespreking vindt u hier) gaat hier wederom op de pijnbank, en wel om twee redenen. Om te beginnen laat zich de Mini-DAC comfortabel per USB aan de computer verbinden. Zowel MacOS X als Windows XP herkenden het apparaat dadelijk; er hoeft geen stuursoftware te worden geïnstalleerd. Er hoefde zelfs niet herstart te worden. Wél ontbreekt met een aansluiting over USB het voordeel van een galvanische scheiding: USB werkt niet optisch. Ook kent USB-audio een maximale doorvoer van 24/48. Dat is geen drama, want de meeste audio zal in 16/44.1 op uw harde schijf staan. Belangrijker is dat de prijs voor de USB-optie €215 bedraagt. Een hoogwaardige optische kabel, en eventueel een optische geluidskaart, hebt u al voor minder.

Een belangrijkere reden om de Apogee te laten aanrukken was dat hij me, nadat ik Van Es’ bespreking had gelezen, de beste DAC leek in het prijssegment vóór grootmeesters als Burmester en Mark Levinson. Het behoeft geen toelichting dat daar wat de prijs betreft een gigantische kloof tussen gaapt. Plezierig in dit opzicht is dat de prijs van het apparaat nog flink gezakt is sinds Van Es’ bespreking: €1115 voor de uitvoering zonder USB (voorheen €1285), €1330 (voorheen €1625) voor de versie mét.

Ik durf haast niet te vertellen op welke manier ik de Apogee Mini-DAC voor het eerst gehoord heb, maar omdat het illustratief is doe ik het toch. De Mini-DAC was het eerste apparaat dat bij mij binnenkwam, maar hij was, in afwachting van de grote zending van Oehlbach, nog niet aan te sluiten. Er komt analoog XLR uit, en lijn op mini-jack. Op de voorkant zit een koptelefoonaansluiting (6,3 mm). Met zowel mijn Sennheiser 580 en mini-jack naar tulp- kabeltje uitgeleend aan een vriend op tweehonderd kilometer afstand, en mijn Kenwood 7090R waar geen XLR op zit, lag er maar één ding voor het grijpen: het oortelefoontje van mijn iPod.

computer vs. DAC (c) Xingo (c) Xingo

Dat deed het prima aan de regelbare lijnuitgang op de achterkant. Meer dan prima, om precies te zijn. Geweldig. Ik zal niet zeggen dat het geluid perfect was, want dat laat die koptelefoon gewoon niet toe. Maar met deze zeer bescheiden oordopjes hoorde ik wél details die me voorheen nooit opgevallen waren. Ik heb meer dan een uur met mijn hoofd dichtbij de Apogee gestaan (het snoer van de iPod-oortelefoon is erg kort), terwijl ik de ene na de andere CD opzette. Diezelfde dag nog ben ik naar een vriendelijke handelaar in mijn tegenwoordige woonplaats gegaan om om een XLR-naar-tulpkabel te bedelen. Die hadden ze.

Daarop ontvouwde het span Philips/Mac – Apogee – Kenwood – B&W een kwaliteit die aan het ongelooflijke grenst. Maar voordat ik dat nader bespreek geef ik eerst nog even kort de technische eigenschappen van de Mini-DAC: regelbare analoge uitgangen (XLR, lijn en koptelefoon), S/PDIF, AES/EBU en ADAT in via 2xAES/EBU, Toslink en coaxiaal. De Mini-DAC accepteert signalen tot 192 KHz. Met de USB-optie ingebouwd accepteert de Mini-DAC niet alleen signalen uit de computer, maar worden ook digitale signalen van elders in de hifi-installatie, bijvoorbeeld van MD, via de USB-kabel doorgesluisd naar de computer. 

Eén van de redenen waarom de Mini-DAC zo goed klinkt is, zo zegt Apogee in zijn handleiding: The clock circuitry of a typical D-to-A converter must be designed as a compromise between the ability to attenuate input signal jitter and the ability to accept any bitstream, regardless of it’s stability. The more the clock is allowed to track timing variations of the input, the more jitter remains in the clock at the conversion stage, with the degradation of conversion quality as a result. The Mini-DAC’s Dual Stage Clock overcomes this compromise by employing one clock stage to accept the bitstream and store bits in a buffer, and a second stage to clock bits out of the buffer to the conversion stage. The first stage is optimized to track timing variations of the input, while the second stage is optimized to attenuate jitter and ensure that conversion takes place with the lowest jitter clock possible.

Het is ongetwijfeld erg belangrijk dat de bitstroom vrij is van jitter als het naar analoog wordt omgezet, maar dat is natuurlijk nog geen garantie voor topkwaliteit. De Mini-DAC geeft de indruk dat er over de rest van het ontwerp net zo goed is nagedacht als over de digtale invoer. Zo betreft de voeding van de Mini-Dac een super high speed switcher . De externe voeding, een blokje in het netsnoer, doet feitelijk niets anders dan gelijkstroom aanbieden. In de Mini-Dac wordt die gelijksstroom omgezet in ultra-hoogfrequente wisselstroom (in de orde van ongeveer 750kHz), een meervoud van de samplingrate. Vervolgens wordt de wisselstroom teruggebracht tot de normale gelijkstroom. Het voordeel van dit principe is dat de externe voeding bijna alles kan zijn (de Mini-DAC accepteert aan de ingang gelijkstroom van 6 tot 14 volt, met een minimum van 1,25 ampère). De ruis blijft in dit procédé ver buiten het hoorbare gebied, en de snelheid waarmee dit circuit kan reageren op een veranderende vraag ligt ook ver boven elke hoorbare transiënt. Apogee stelt dat zowel de voeding als de lokale condensatoren een fikse overcapaciteit hebben. Al met al krijgen netvervuiling, DC op het net en ruis geen kans om het uitgangssignaal te ontsieren. Een dure oplossing derhalve, maar alleszins afdoende.

Bovenal laat de Mini-DAC horen dat er tijdens de ontwikkeling heel goed is geluisterd. Terwijl ik dit zit te schrijven bijvoorbeeld, loopt er naast mijn tekstverwerker in een minivenstertje de DVD Live at Madison Square Garden van Pearl Jam. Dat leidt erg af moet ik zeggen. Ik was er al achter dat dit een geweldige registratie is (ook al is de beeldkwaliteit van de PAL-versie ronduit bedroevend), maar ik hoor nu meer details, meer differentiatie, meer overzicht en een betere ruimtelijke afbeelding dan ooit tevoren. Ik ben er plotseling ook niet meer zo van overtuigd dat ik op termijn naar surround zal overstappen. (Hadden alle DVD’s maar een behoorlijk stereo-spoor.)

Als ik de afleiding echt zat ben (er moet geschreven worden), lanceer ik iTunes. Een album als de Beach Boys’ in Baambrugge (!) opgenomen Holland (1973, onlangs op CD verschenen) brengt de beste kwaliteiten van de Mini-DAC naar boven. De twee mini-symfonieën op deze plaat, A California Saga en Trader werden met de Mini-DAC meer tot fascinerende hoogstandjes van muzikale creativiteit dan ik voorheen heb mogen meemaken. Meteen wordt duidelijk wat voor enorme inspanning de Beach Boys staken in hun arrangementen. Behalve de instrumenten waar iedere rockband gebruik van maakt hoor je de strandjongens bezig met dwarsfluit, mondharmonica, piano, en nog een paar instrumenten waar ik niet dadelijk een naam voor weet. De Boys’ zang in close harmony lukt perfect op deze plaat, en overtuigt met de Mini-DAC. De Beach Boys nemen plaats op een zeer brede denkbeeldige bühne, waarbij de ruimtelijkheid steeds zeer stabiel blijft.

Bij het door Carl Wilson geschreven Trader klinkt diens stem enorm echt en haast oververzadigd met emotie. De subtiele percussie bij dit nummer, die hoge eisen stelt aan de timing van de DAC, is overtuigend en enorm ritmisch. Al met al een excellente voorstelling.

Ik zou even zo door kunnen gaan. Maar liever dan verslag uit te brengen van hoe elk van mijn CD`s en MP3`s klinkt via de Mini-DAC, zeg ik er kortweg dit over. De Apogee overtuigt bij rock en pop, jazz en klassiek in gelijke mate. Hij heeft voor iedereen wel een geweldige eigenschap in huis: overtuigend wat betreft de timing; emotioneel geladen, zeer authentieke vocalen; een zoet, nooit opdringerig hoog met voldoende frisheid, met een altijd-opgeruimd en overzichtelijk geluidsbeeld dat zich zeer ver van de luidsprekers begeeft. Laagweergave en dynamiek laten geen verstek gaan met de Apogee: als dat nodig is, ontvouwt de Mini-DAC een dynamiek waar ik mijn installatie voorheen niet toe in staat achtte. Er is geen muziek in mijn collectie die niet tot een nieuwe belevenis werd over de Mini-DAC. Ik heb er geen minpunten aan kunnen vinden.

Wat een pleziermachine! Geen ander hifi-apparaat heeft me ooit zoveel luistergenot gebracht als de Apogee Mini-DAC, en nooit heb ik zo weinig zin gehad om een besproken apparaat terug te sturen. Ik moet wel; de gevraagde €1100 heb ik even niet voor het grijpen. Voor wie dat wel heeft zal het duidelijk zijn wat ik hem of haar aanbeveel.

EDITORS' CHOICE