NIEUWS

De witbalans: Tussen wit en grijs & te rood of te blauw


Ulco Schuurmans | 14 december 2014

Menig videofilmer heeft weinig oog voor de witbalans (WB of White Balance) op de camcorder of videofilmende fotocamera. Dat doet de automatische kleurregeling toch wel goed? In de praktijk kan dat ingrijpen door de automatische WB echter tegenvallen. Smoezelige witten en rode of blauwe kleurzwemen vallen weliswaar bij de montage nog (deels) weg te werken maar het verdient aanbeveling om in één keer de correcte WB in te stellen.


Toen wij nog met analogische chemische filmen opnamen, was het instellen van de juiste witbalans een belangrijk item. De camera corrigeerde afwijkingen niet zelf. De fotograaf of videofilmer kon kleurzwemen met filters voorkomen of kiezen tussen kunst- en daglichtfilms. Alleen bij negatieffilms wist de afdrukcentrale of de amateur in de donkere kamer afwijkingen van de WB te corrigeren.
Met de komst van digitale video- en fotocamera’s deed de automatische witbalans aangevuld met een aantal vooringestelde mogelijkheden (kunstlicht, daglicht, TL e.d.) en handmatig zijn intrede. Correctie tijdens de opname door de ingebouwde beeldelektronica. Dit artikel behandelt de theorie en de praktijk bij het instellen van de WB voor video.


Hoe zit dat dan met die witbalans?
In principe gaat het allemaal over de kleurtemperatuur. Dat wil zeggen de kleurindruk die een bepaalde lichtbron geeft. Iedereen weet wel dat een zonsondergang naar oranje neigt en een strak blauwe hemel naar idem blauwe en koele kleuren. Bij alleen kaarslicht of een gloeilampje pakt het beeld veel te rood uit. In de schaduwen en het onbewolkte zwerk van het hooggebergte of sneeuwvlaktes duikt het blauwzweem op. De kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in graden Kelvin (K). Standaard neutraal is 5.500 -5.600 graden K. Hoe hoger het K-getal des te blauwer het beeld. Hoe lager des te roder. De weergave van het wit is dan echt uit balans.
De menselijke visuele hersenen corrigeren op basis van eerdere ervaring ontstane kleurzwemen voor een behoorlijk deel. Zo ervaart u de zonsondergang minder oranje dan de camera dat doet. Idem sneeuw of ijs als minder blauw.
Van geheel andere orde is de belichting. Om wit correct te kunnen weergeven is een juiste belichting vereist. Onderbelichting geeft groezelig grijs in plaats en de overige kleuren ogen dof en modderig. Bij overbelichting bleekt het wit uit, wordt zwart grijs en ogen de overige kleuren flets.


De WB corrigeren
Om een afwijkende WB te kunnen corrigeren zijn nodig een neutraal wit of grijsmeetoppervlak en een sensor in de camera. Zowel camcorders als spiegelreflexen en systeemcamera’s beschikken over uitgebreide sensor & meettechnieken. Op eenvoudige compactcamera’s zijn de mogelijkheden bij het corrigeren van WB beperkt.
Om goed te kunnen witten dient de camera ook te weten wat echt wit is. U meet op een geschikt wit oppervlak. Bijvoorbeeld een vel papier, witte lensdop of stuk karton. Puur wit brengt echter de lichtmeting weer in verwarring. Die neigt dan naar onderbelichting. Het gebruik van een lichte neutrale grijskaart voorkomt dat.
In principe valt op het live-viewschermpje of in de kleurenzoeker al grof te zien welke kant het met de kleurbalans opgaat. U kunt dan tijdig vooraf corrigeren. Bij veel omgevingslicht en minder duidelijke kleurzwemen kan dit in de praktijk echter lastig zijn. De camera-WB het werk laten doen is dan een stuk meer betrouwbaar. Let er altijd op wat de camera precies meet en gebruik de beschikbare aanduidingen voor de meetvlakken op het viewerschermpje of in de zoeker.


De camera kent doorgaans de volgende mogelijkheden om de WB aan te passen:
- Automatisch. Heeft het in 85% of meer bij het rechte eind;
- Voorinstellingen (presets). Meestal is er keuze uit daglicht, kunstlicht, TL/fluorescerend, bewolking, schaduwen en flitslicht;
- Op de hand. Richt de camerasensor/meetindicatie op een wit vlak of grijskaart. Sla de gekozen waarde op (AE-functie);
- Een WB-belichtingsreeks maken. Alleen bij fotocamera’s. Die schieten dan een reeks foto’s met wisselende WB-instellingen. U zoekt daar later de beste opname van uit.
Echt lastig is het als de verlichting steeds wisselt qua kleur en/of intensiteit. Bijvoorbeeld bij evenementen met lichtshows of vuurwerk. Stel dan op het gemiddelde in. Erg is het niet want de wisseling in kleur en lichtsterkte behoort gewoon bij de voorstelling.

EDITORS' CHOICE